Zoekend naar liefde

Al een paar dagen vraag ik Giorgos of ik met Kitty (de huiskat) naar de dokter kan. ‘Nee, ik ga’ zegt hij. Maar de dagen verstrijken en hij is nog steeds niet met Kitty naar de dokter geweest. Ik zie ook hoe druk hij het heeft.

Dus besluit ik einde van de middag naar Evanthe (afgekort Eva) te gaan. Ze woont niet ver bij mij vandaan. Ze leeft in een klein huis in het dal met wel 10 katten en een hond. Bij haar kan ik vast wel een kattenbox lenen om met Kitty naar de arts te gaan. Via de korte route over het grindpad dwars door de olijfgaarden kom ik bij haar huis. Ze staat aan de weg in een zwarte onderbroek en bh met een tas in haar hand. Ik parkeer mijn auto en stap uit ‘Eva love, how are you?’ roep ik. Ze rent op me af en zegt ‘Penelopi finally you come back’. Ze duwt me een armbandje in mijn handen en een tas. Dan mompelt ze iets en neemt de tas weer terug. Op het dak van haar auto staat nog een handtas. Overal lopen en liggen katten. Ze hangt de tas aan het stuur van de brommer.

 

Op zoek naar

Ik vraag of ze een kattenbox heeft en leg uit dat ik met Kitty naar de dokter wil. ‘Ja, die heb ik. Kom, niet bang zijn’ ze pakt mijn hand. Om haar nek hangt een sleutelbos aan een koord. Ze is erg verward en vraagt ‘Hoe was Californië? Je bent snel terug.’ Goed, maar het is fijner hier te zijn en jou te zien zeg ik. Ze lacht en kijkt me aan met haar zwarte ogen vanachter haar bril. We lopen hand in hand de heuvel af naar haar huis.

‘Penelopi, ik heb nieuwe medicijnen gekregen. Het voelt of ik zweef, alles voelt zo anders en ik vergeet zoveel. Ik ben de hele tijd op zoek.’ Ik luister en kijk haar aan. Ze praat een beetje slissend Engels. Haar zwarte haar met grijze strengen wordt slordig bijeengehouden met een klip. Ze heeft zwarte croqs aan haar voeten. Het pad naar beneden was in mei nog een prachtige bloemenzee. Nu is het gemaaid, er staat geen bloem meer.

Bij haar huis is het een grote bende. Overal liggen spullen en lopen katten rond. ‘Kom binnen Penelopi, ik zoek naar wat ook alweer?’. Een kattenbox, zeg ik. In het huis is het vreselijk vies, donker en vol vliegen. Overal liggen katten te slapen en de grond ligt vol kattenbrokjes. Ik laveer tussen alles door en vraag ‘Wat is er gebeurd dat je zo van slag ben Eva?’ Ze stopt met zoeken en kijkt me recht aan. ‘Ik ben iemand kwijt geraakt waar ik veel van hield’. En ik weet over wie ze het heeft en waarmee ze worstelt. De eenzaamheid en het gemis van iemand die voor je zorgt. Het ritme dat zij zo nodig heeft. Ze staat naar me te kijken met tranen in haar ogen en ik voel de tranen over mijn wangen rollen en pak haar beet en knuffel haar.

Een wonder

Als ik haar loslaat zie ik de hond. ‘Hij loopt!’ zeg ik verbaast. Nog geen 8 weken geleden kroop hij op zijn voorpoten over de vloer en het erf. Aangereden door een auto, het achterlijf verlamd. Tenminste dat was de diagnose. ‘Een wonder’ zegt Eva die ziet hoe verbaast ik naar de hond kijk die voor me staat te kwispelen. Ondertussen is ze bezig met een kattenbox, legt er een handdoek in en een witte kool. ‘Dan heeft Kitty iets te eten’. Dank je lieverd, zeg ik.

Ik vraag haar of ik iets voor haar kan doen, opruimen, eten koken of eten brengen? Ze weet het niet. Dan neem ik afscheid en zeg over een paar dagen terug te komen met de kattenbox. Boven aan de heuvel leg ik de witte kool in het mandje van de brommer en zet haar handtas in de auto.

Wanneer ik een uur later weer langsrijd op weg naar Plakias loopt ze blij huppelend en zingend langs de weg. Ze heeft gelukkig een jurk aan getrokken, een witte met gele bloemen. Ze zwaait opgetogen als ze me ziet en roept ‘Bye Penelopi, τα λεμε (tot later)’.