Wonen aan de rivier

Wonen aan de rivier. Niet in een luxe villa, een leuk houten vakantiehuis of caravan. Nee, in een tentje of beter nog op een deken in de openlucht.

Ik ga op bezoek bij Rock. Hij woont in de zomermaanden aan de rivier. De potami zoals ze hier zeggen. Om bij Rock te komen loop ik vanaf het huis het pad af naar de rivier. Daar neem ik het ‘bovenpad’ en passeer de afscheidingshekken voor de geiten.

Dan zie ik de tent en loop naar beneden, naar de rivier. Er ligt iemand te slapen onder een klamboe en blij roep ik ‘Hallo’. Als de persoon rechtop gaat zitten en de klamboe omhoog doet zie ik dat het een jongen is en niet Rock. Ik heb hem vaker gezien, weet alleen zijn naam niet. Hij heeft een vrouw en twee schattige kleine kindjes met grote bruine ogen en donkerbruine krullen. Die zijn er nu niet, ook niet beneden aan het water.

Ik vraag waar Rock nu woont, aangezien hij zijn tent van bouwplastic heeft afgestaan aan dit jonge gezin. ‘Naar boven, stukje doorlopen en dan weer naar beneden en de rivier oversteken. Je ziet het vanzelf’ zegt hij in het Engels. Ik volg de instructies op en ga weer naar boven, volg het pad. Nog voor het volgende hek ga ik naar beneden naar de rivier en dan zie ik Rock zitten op een kleed.

Gevonden
Rock is sieraden aan het maken
Rock is sieraden aan het maken

‘Hééé Penelopi, hoe gaat het?’ roept hij blij. Ik stap door het water, slingerend naar de overkant zodat het niet hoger komt dan mijn korte broek. Dan sta ik op zijn ‘woonplek’. Hij sluit een bakje met kralen. Hij was kettingen en armbanden aan het maken om te verkopen op het strand. De kralen zijn van pitten en noten uit de natuur.

Rechts van de plek ligt een tent tegen de rotsen geplakt door de stevige wind. Bij een boom in het midden van de plek staan een paar dozen met spulletjes. Kralen, huisraad (bekers, potjes, bord, mes), boeken en wat kleding. Links in de boom hangt een tas met avondeten en in een andere tas het fruit. Aan een boomstam hangt een icoon van de beschermheilige van de rivier.

Een eigen spa

‘Katse Penelopi’. Ik ga zitten op een kussen tegen een rots op een stuk dekzijl met daarop een slaapzak. Een felrode radio hangt in een boom. De radio staat uit, de wind, de rivier en de τζιτζίκια maken al lawaai genoeg. Rock heeft een mooie plek uitgekozen om te wonen met veel watervallen en diepe poelen. Heerlijk voor een verkoelende plons. Ik trek mijn schoenen uit en loop het water in.

‘Kala?’ roept Rock. Heerlijk geef ik als antwoord. ‘Net een spa vind je ook niet?’ vraagt hij. Ja, bij de watervallen is het wel heel bijzonder.