De monnik van de faragi

Op weg naar het dorp voor een vers brood zie ik de boeddhistische monnik zitten op zijn kleedje met voor zich zijn nap. Hij is gehuld in een bruine doek en zit onder een boom in de schaduw vlak voor het begin van het dorp.

Tijdens het passeren vouwt hij zijn handen tegen elkaar en buigt. Ik knik en roep door mijn open autoraampje ‘Γειά σου!’ In het dorp stop ik bij Stefanos die een kleine supermarkt runt. Hij is er altijd van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. Ik koop een brood, een paar bananen, een fles water en 2 κουλούρι (cirkels van brood met sesamzaadjes). Die zijn voor de monnik.

Ik maak een praatje met Stefanos, reken af en wens hem een fijne dag. Mijn boodschappen zet ik op de passagierestoel en keer terug naar huis. Een paar meter voor de monnik parkeer ik de auto. Als ik uitstap met het zakje in mijn hand en naar hem toeloop krijg ik een mooie glimlach. Ik ga voor hem staan en vouw net als hij mijn handen tegen elkaar, maak een buiging en leg het papierenzakje met de κουλούρι op de nap. Hij buigt nogmaals als dank en ik ga naast hem zitten op het kleed en stel me voor.

Kennismaken

‘Καλημερα, my name is Penelopi’ zeg ik. ‘Goodmorning Penelopi’ zegt hij en kijkt me stralend aan met zijn mooie blauwe sprekende ogen. Ik vraag hoe hij heet en waar hij vandaan komt. Want hij is beslist niet Grieks. Hij is tenger, ook al heeft hij een laag van bruine doeken om zich heen geslagen en een mooi rond kaal hoofd. Hij straalt rust uit en ik kijk naar hem en glimlach.

‘Mijn naam is Robert en ik woon sinds november aan de rivier.’ We blijven Engels praten en ik gebruik af en toe een Grieks woord. ‘Woon je in de tipi?’ vraag ik.

‘Ja, een prachtige plek, een klein paradijs.’ Ik ben het met hem eens, het is een prachtige plek. Ik vertel hem dat vorig jaar zomer mijn vriend Rasta man in de tipi woonde en ik er een avond samen met hem naar de sterren heb gekeken.

De tipi
De tipi
Levensverhaal

‘Robert, wil je mij je levensverhaal vertellen?’

‘Een paar jaag geleden woonde ik nog in Duitsland. Ik had alles. Een groot huis, een sportwagen, goede baan, een vrouw. Alles! Maar ik wilde meer. Het moest spannender en ik wilde nog meer geld verdienen. Om meer uren te kunnen werken ging ik speed gebruiken en om te ontspannen ging ik drinken.

Ik was de totale controle kwijt over mijn leven en langzaam raakte ik alles kwijt. Mijn huwelijk ging kapot en ik startte opnieuw. Maar dat ging niet goed. Ik bleef drugs gebruiken en raakte totaal de weg kwijt. Hele stukken weet ik niet eens meer, ik was zo doorgedraaid. Op een dag besloot ik met alles te stoppen: drugs, drank, roken. De cold turkey. Maar dat was moeilijk in dezelfde omgeving. Ik stelde mezelf de vraag: maakt al dat geld vergaren en de stress elke dag mij gelukkiger?

Toen ik daar het antwoord op had verkocht ik alles en ging naar een klooster in Sri Lanka. Daar ben ik in de leer gegaan als monnik. In de ochtenden het dorp in met mijn nap en de rest van de dag mediteren. Ik leerde om nog meer los te laten. Worstelde met dingen uit het verleden en was soms enorm onrustig. De routine in het klooster en het mediteren maakte me rustiger. Ik leerde mezelf steeds beter kennen, kreeg rust en werd gelukkig met mezelf. Het voelde zo bevrijdend. Daarna heb ik een paar keer het Nirvana bereikt en voelde me verheven ‘verlicht’.

Ik luister aandachtig, kijk naar zijn ogen, zijn gebaren en vraag hem door te gaan.

Kourtaliotiko kloof
Kourtaliotiko kloof
Van Sri Lanka naar Kreta

‘Vanuit Sri Lanka ben ik naar hier gekomen. In Europa heeft Kreta de langste zomer. Het leven aan de ποταμι – rivier is fijn, zo mooi en stil. Ik kwam in november aan en vond het heel moeilijk, ging nieuwe uitdagingen aan die ik wilde overwinnen. Het was koud en het regende veel. In december ging het ook nog sneeuwen. Er was geen water, de waterleidingen waren bevroren, de rivier te koud en in de kloof lag meer dan een halve meter sneeuw.

Het moeilijkst vond ik: geen eten. Ik werd ziek en dacht dat ik dood ging. Ik kende weinig mensen aan de rivier. Elke ochtend liep ik naar het dorp en ging hier zitten. Als ik dan met mijn ogen dicht hier zat en een auto hoorde dacht ik alleen maar aan lekkere broodjes die voorbij kwamen. Ik was zo geobsedeerd door eten. Het maakte me gek. Bij elke auto hoopte ik dat hij zou stoppen en mij iets te eten zou geven. Ik had zo’n honger. Ik besloot mijn gedachten te veranderen en niet meer te denken aan rijdende broodjes. Focus en op mezelf vertrouwen. Toen ik dat deed stopte er een auto en vanaf die dag ging het goed.

De politie dacht daar helaas anders over. Vaak ben ik gefouilleerd op drugs en geld. Ze dachten zelfs dat ik een bom bij me had en een aanslag wilde plegen. Gelukkig weten zij nu ook dat ik niets te verbergen heb en als een monnik leef. Inmiddels ken ik veel mensen die aan de rivier wonen en dat maakt het iets makkelijker.’

Tot snel

Ik bedank Robert voor zijn verhaal, geef hem een knuffel en een zoen en vraag of hij het goed vindt als ik hem een keer kom opzoeken in zijn tipi aan de rivier.

‘Dat vind ik fijn Penelopi, τα λεμε.’

Als ik thuiskom vertel ik het verhaal van de monnik aan mijn vriend. ‘Elke dag zit hij voor het dorp tot 12 uur. Geef hem een fles water, fruit, brood en een brede glimlach. Het geeft niet alleen jou een goed gevoel, ook de monnik is je dankbaar.’