Een vroege vogel

Al vroeg gewekt door de musjes, ze scharrelen tussen het raam en rolluik in de schaduw. Ik kijk op mijn mobiel en zie dat het net iets over zessen is.

Ze vliegen af en aan en landen op het kozijn. Het linker raam staat open en de hor is naar beneden. Het rolluik doe ik ’s nachts meestal niet naar beneden maar gisteravond was het volle maan en het was zo licht in de kamer dat ik het luik voor een deel heb dicht gedaan.

Ik luister naar het gekwetter van de musjes en val weer in slaap. Ineens schrik ik wakker. Vliegt er nu een vogel door de kamer? Ik kijk om me heen en zie het musje op het keukenkastje zitten. Hoe komt die nu binnen? Dan zie ik een klein gat in de hor aan het rechter raam. Aha daar is die kleine dus doorheen geglipt.

Een raam

Het musje vliegt inmiddels rondjes door de kamer omdat ik ben opgestaan. Hoe ga ik dit kleintje nu vangen? Eerst maar de deur van het balkon openen. Het musje botst uiteindelijk van uitputting tegen het raam. Ik pak het snel op, bibberend zit het beestje in mijn handen. Het is een prachtig klein vogeltje, niet veel groter dan mijn duim. Ik loop ermee naar buiten en zet het op de tafel. Een beetje versuft staart het kleintje om zich heen, schud met zijn vleugels en vliegt snel weg.