Met ontbloot bovenlijf

Elke dag kom ik er wel een tegen op zijn motor of brommer. Scheurend over de weg van de ene naar de andere locatie. Mannen met wapperende haren, baard, (meestal) ontbloot bovenlijf, spijkerbroek en grote zwarte laarzen.

Het zijn de herders van de streek. Een select groepje mannen die hun eigen taal lijken te spreken, veel met elkaar optrekken en elkaar helpen met de kudde. Ik vind het fascinerend. Ik heb ooit getracht een herder aan te spreken, maar er kwam niet veel uit. Na mijn enthousiaste ‘Καλημέρα’ (goedemorgen) kreeg ik een wat stuurse blik en een langgerekt ‘Ναι’ (ja) terug. Daarna kwam er niets meer uit.

Hun huid heeft de kleur van hazelnoten, hun lange haren donkerbruin, bijna zwart en krullend. Leeftijd is moeilijk te schatten, getekend door de weersinvloeden lijken ze ouder. Pas als ik ze recht in de ogen kijk zie ik dat ze jonger zijn dan ik in eerste instantie dacht. De een heeft een gekleurde doek om zijn lange haren gebonden en een elastiekje om zijn lange baard, de ander alleen een zwarte haarband. Maar bij de meesten wapperen de haren in de wind als ze voorbij scheuren.

De hele dag houden ze hun kudde schapen en geiten in de gaten. Controleren omheiningen, verplaatsen de dieren van het ene naar het andere gebied, geven ze water en controleren op ziektes.

Een jongen valt heel erg op. Hij is prachtig en lijkt zo uit een oud Grieks verhaal te zijn gestapt. Jong, een mooi gezicht met rechte neus en grote amandelvormige kastanjebruine ogen. Prachtige krullen die de kleur hebben van honing vallen tot over zijn schouders. Een mooi gespierd lijf, gehuld in een vaal gekleurde spijkerbroek en stevige bruine laarzen.

De jongen, ik schat hem 16 jaar, rijd op en neer tussen de dorpen in de streek op zijn mechanaki (brommer). Snel, rechtop en zelfverzekerd. Hij laat zich niet afleiden en ik kijk naar hem. Zo puur, zo jong, zo mooi. Hij zal menig meisjeshart op hol brengen.

Schapen in de kloof
Schapen in de kloof