Liefde voor dieren

Ik ga op zoek naar Dianthe. Een bijzondere vrouw met pientere helderblauwe ogen die je nieuwsgierig aankijken. Vorig jaar in september kwam ik haar regelmatig tegen op de wandelpaden met sprokkelhout. We zeiden elkaar dan gedag, gaven een knuffel en liepen door.

In de winter nam ik haar mee in de auto naar Rethymnon. Ik ging dan wandelen door de oude binnenstad en inkopen doen. Zij ging naar een supermarkt waar ze gratis eten en andere producten kreeg. We spraken een tijdstip af op het parkeerterrein zodat ik haar weer mee terug kon nemen. Dat scheelde haar dan een buskaartje en ze hoefde niet zo te sjouwen met haar spullen. Ik heb toen tijdens onze autoreis haar levensverhaal gehoord. Dat schrijf ik nu niet op.

Zoeken tussen de bomen
Het pad naar de rivier
Het pad naar de rivier

Nu ga ik naar haar op zoek, ik wil weten hoe het met haar gaat. Vanuit de plek waar Grigoris woont ga ik de heuvel op naar het smalle pad en loop richting de watervallen. Een paar keer steek ik de rivier over. Ik waad door het lage water of spring van rots naar rots om de overkant droog te bereiken. Het water is zo fris en helder, de kleuren prachtig. De oleanders staan in volle bloei. Het roze en wit steekt af bij het groen van de bomen en het heldere water. Een explosie van kleuren doet me soms blijven staan midden in de rivier. Zo mooi, zo intens.

Ik loop over kleine paden, af en toe blijft mijn rugzak haken aan een tak. Bukkend wurm ik mij tussen de takken en bomen langs kleine verlaten ‘woon’ plekken.

Dan bereik ik de tipi. De monnik heeft zijn kleding, een grote chocoladebruine katoenen doek aan de waslijn opgehangen. Ik zie hem staan tussen de bomen, een dunne man, naakt als een kleine jongen loopt hij naar het water voor verkoeling. Ik stoor hem niet en loop door.

Een hekje en een dekenkist
Een dekenkist
Een dekenkist

Na de waterval steek ik de rivier over en volg het pad dat leidt naar een klein hekje met links een grote oude dekenkist. Het hekje is nog geen 50 cm hoog en ik roep Dianthe maar ze reageert niet. Ik weet bijna zeker dat dit haar ‘huis’ is en stap over het hekje. Dan zie ik haar zitten voor een zelf gebouwd schuurtje half tegen de rots met een grote goudkleurige kip in haar armen.

‘Hello Dianthe, it’s me Penelopi’ roep ik. Dan komt er een brede glimlach op haar gezicht ‘ahhhh I know you from winter’. We geven elkaar een hand en ze kijkt me nieuwsgierig aan. Ze is iets kleiner dan ik (zo’n 1.60), heeft grijze dreadlocks en is tenger. Ik vind het moeilijk haar leeftijd te schatten, misschien is ze rond de 45 jaar.

Dianthe heeft een grote woonplek, omringd met bomen. Langs de rots heeft ze een grote ren gebouwd voor haar konijn. Die is ziek verteld ze. Via de ren kan het konijn naar zijn eigen grot. Daarnaast is haar huisje gebouwd van planken die ze heeft gevonden hier in de buurt en bij het afval.

Een huis van een vrouw
De rivier
De rivier

Overal staan en hangen ‘frutsels’ zoals schelpen, tekeningen, beeldjes, een droomvanger, een spiegel en kleine lantaarntjes. Het oogt gezellig zo onder de platanen. Dianthe woont op een plateau en in twee niveaus sta je aan de rivier. Voor haar huisje staat in het midden van de open plek een tafel met een rotan stoel en een zelf gemaakte bank. Op een boomstronk ligt een prachtige kat te slapen. De kip, die ze gevonden heeft in een gesloten plastic zak in de afval container, zit te tokken voor de ingang van het huisje. ‘Ik zing elke avond een liedje voor de kip en als beloning krijg ik lekkere eitjes van haar.’ Op de ren ligt een zwart witte kat te slapen zonder staart. Er lopen nog twee zwarte katten rond. Alle dieren heeft ze gevonden in de afvalcontainers boven aan de weg.

De schildpad maakt een rondje

Dan hoor ik een vreemd geluid. Ik kan het niet thuisbrengen wat het is en waar het vandaan komt. Ik kijk om me heen en Dianthe wijst naar de waterkant. Daar zie ik een grote schildpad omhoog komen. ‘Hij maakt elke dag een vast rondje’ zegt ze. Langzaam loopt de schildpad omhoog. Dan zie ik dat hij op zijn schild een oranje stip heeft. Dianthe legt uit dat ze die erop heeft gemaakt om hem sneller te herkennen. ‘Niet dat er andere schildpadden zijn maar door de schutkleuren zie ik hem niet altijd.’

Nieuwe buurman

In de bomen hangen windgongen van schelpen die een tinkelend geluid maken en aan takken hangen tasjes met eten (tomaten, komkommer, brood). Op de tafel ligt chorta (wilde groenten) voor het konijn, douchegel en een pak koekjes. ‘Kijk’ zegt ze. ‘Dit heb ik van mijn nieuwe buurman gekregen. Heb je hem al ontmoet, de monnik?’ Ik vertel haar dat ik al kennis heb gemaakt met Robert.

Ze vindt het zeer interessant wat hij allemaal doet. ‘Hij mag niets houden of bewaren voor de volgende dag. Dus geeft hij het aan mij of aan Grigoris. Ik ben er heel blij mee en het scheelt mij een rit naar Rethymnon.’ Ik vertel haar dat de monnik inderdaad niets mag bewaren en ook geen eten mag koken. Dus alles wat hij na 12 uur nog heeft geeft hij weg. Het intrigeert haar zie ik.

Ziek van chorta

‘Penelopi, mijn konijn is ziek, hij heeft diarree. Ik pluk chorta langs de weg bij een biologische olijfgaard. De olijfboer was aan het spuiten met iets op de bladeren. Ik heb gevraagd wat het was en of dit wel kan volgens de bio-regels. Maar de man sprak niet zo goed Engels en zei dat ik het gewoon kon eten. Niets mis mee, zei hij. Maar waarom is mijn konijn dan ziek?’

‘Heb je de chorta niet gewassen?’ vraag ik. ‘Nee’ zegt ze. Ik leg haar uit dat het spuiten van de olijfbomen is voor de dakos. Ze spuiten met amoniak. Dat is dus helemaal niet bio en of het wel volgens de regels is wat deze boer doet weet ik ook niet. Een betere en veel milieuvriendelijkere methode is plastic waterflessen in de bomen hangen met een klein laagje amoniak. Net als een bijenvanger, de dakos vliegen de fles in en kunnen er niet meer uit. Ook zijn er zakjes voor het vangen van Dakos, die hang je dan in boom. Dit is ook heel milieuvriendelijk en onschadelijk. Ik adviseer haar om alle chorta te wassen ook als ze het zelf eet.

Niets kopen

Ze verteld dat de monnik ook heel ziek was in de winter. ‘Hij had het zo koud Penelopi en was bang dat hij doodging. Ik zei dat hij een deken moest kopen maar dat mag hij niet. Hij mag zelf niets kopen. Dus ook geen deken ook al is het ijskoud en ik had geen geld voor een deken.’ Ik zeg haar dat ik deze winter als de monnik hier dan nog is een warme deken voor hem koop. ‘Wel een bruine’ zegt ze.

‘Hij wil graag verlicht worden Penelopi. Maar wat betekent dat nu eigenlijk? Wat voel je dan? En ben je dat dan altijd?’ Ik kijk haar aan en vertel wat ik weet en heb geleerd tijdens mijn Zen-lessen. Dianthe vindt het allemaal enorm interessant en hoopt dat de monnik nog een tijdje blijft zodat ze met hem kan praten en van hem kan leren.

Ik neem afscheid en ga weer terug naar mijn huis op de heuvel.