De monnik vertrekt

Daar zit hij in de schaduw van een boom aan de kant van de weg met voor zich zijn nap. Zijn handen gevouwen en ogen gesloten. Ik parkeer mijn auto en loop naar hem toe. Vouw mijn handen, maak een buiging en leg een paar stukken suikermeloen in zijn nap.

‘Hallo Robert, hoe gaat het met je?’ vraag ik in het Engels. ‘Hallo Penelopi, het gaat goed met me.’ Hij kijkt blij en ik zie dat hij magerder is dan in juli toen ik hem voor het laatst zag. ‘Ik ga 8 december terug naar Sri Lanka.’ ‘Wauw dat is echt fijn voor je, de winter niet hier in de kou.’ ‘Nee, inderdaad. Ik ga naar de warmte en terug naar het klooster.’

‘Je bent hier dan iets meer dan een jaar als je vertrekt. Hoe heb je het ervaren?’ ‘Ik heb heel veel overwonnen, de honger, de kou en de moeilijke momenten vooral in de eerste maanden in de Kourtaliotiko kloof. Ik ben mezelf meerdere keren enorm tegengekomen en het was op die momenten heel moeilijk om door te zetten. Maar het is me gelukt, telkens vond ik toch de kracht om door te gaan. Aan de rivier wonen in de tipi is een hele mooie ervaring en het is prachtig in de zomer. Ook de bewoners van Asomatos zijn ontzettend aardig en zorgen goed voor mij.’

Tipi aan de rivier
Tipi aan de rivier

Later hoor ik dat de bewoners van Asomatos het ticket hebben betaald voor Robert om terug te kunnen gaan naar Sri Lanka. Een mooi gebaar!

Het vertrouwde beeld van ‘de monnik van Asomatos’ zoals hij genoemd wordt is vanaf 8 december voorbij. Dan is er een lege plek onder de boom voor het dorp. De tipi …. die zal niet lang leeg blijven en heeft voor de zomer begint alweer een nieuwe bewoner. Zo gaat dat aan de rivier.