Nieuwjaarsdag begint in Moni Preveli

Ik schrik wakker van de wekker, het is 7 uur. Ik heb het gevoel nog maar net mijn ogen te hebben dichtgedaan. Het is koud in de kamer, ik zet de airco aan en ga douchen. Langzaam wordt het aangenaam warm, ik zet koffie en eet een stukje vasilopita.

Kwart voor 8 stap ik in de auto en rijd de berg op naar het dorp om Rock op te halen. We gaan naar Moni Preveli. Ik ben zo benieuwd.

De dienst

Als we het kleine kerkje binnen gaan is het al behoorlijk vol. We branden kaarsjes en Rock zegt mensen gedag en stelt mij voor. Ik schud handen van jong en oud. Veel ken ik van gezicht en zij herkennen mij ook. ze wonen hier in de buurt. Ik kijk om me heen en zie dat ik de enige niet Griekse ben. Rock zegt dat het niet uitmaakt, hij vindt het fijn dat ik ben mee gegaan. ‘Ik ken de rituelen niet zo goed Rock, wat doe ik als straks de papas naar me toe komt?’ ‘Kijk maar wat de anderen doen en hij begrijpt het wel, geen zorgen.’ De dienst is mooi, hoewel ik niet alles begrijp en Rock zijn Engels minimaal is.

Moni Preveli
Moni Preveli
Het aansnijden van de vasilopita

Na de dienst verlaten we de kerk en gaan we naar het tegenover gelegen gebouw. Daar is het lekker warm. Een langwerpige kamer met lange tafels en stoelen langs de muren. Op de tafels staan kopjes en schotels klaar en op een van de tafels staat een enorme vasilopita. Een paar dames ontfermen zich over de koffie. Kopjes worden doorgegeven, de iets grotere kinderen schieten te hulp. Ik zit naast Rock en geniet van dit alles.

Een groepje mannen staat in de hoek naast de kachel te praten met de papas. Kleine glaasjes worden gevuld met raki voor de mannen en doorgegeven. Of ik ook wil? ‘Nee, veel te vroeg’ lach ik. Wanneer iedereen is voorzien van koffie of raki loopt de papas naar de grote vasilopita en spreekt zijn wensen uit. Dan wordt de cake aangesneden en de kinderen geven de schoteltjes met cake door.

Wie heeft de munt?

Als iedereen een stuk cake heeft gekregen worden hoor ik een blije kreet naast mij. ‘Ik heb de munt’ roept de jonge vrouw en haar hele gezicht straalt. De papas komt naar haar toe, pakt haar handen, zegent haar en hangt een ketting met kruisje om haar nek. Rock naast mij zegt ‘als je de cake niet had doorgegeven had jij de munt gehad en de zegening van de papas’. Ik kijk naar de vrouw, haar ogen stralen en ze ziet er zo gelukkig uit. ‘Kijk naar haar, ze is zo blij’ zeg ik tegen Rock met een grote glimlach op mijn gezicht.

Lunchen bij Holy

Na de koffie en cake gaan we naar Holy. Rock woont in de bergen in een piepklein ‘huisje’ niet ver van Holy. Die staat ons al op te wachten als we aan komen rijden. Hij wil weten hoe we het hebben gehad en heeft de tafel gedekt. In zijn keuken is het heerlijk warm. Hij heeft sinaasappels geperst en op tafel staan schaaltjes noten, brood, tomaten, gekookte zoete aardappelen, bloemkoolroosjes, olijven en olijfolie. Daartussen liggen mandarijnen en citroenen. Het is ontzettend gezellig en Holy vraagt of ik morgen tijd heb om met hem naar Spili te gaan. Prima, zeg ik en wil je ook nog naar de olijfperserij? Dan doen we dat ook direct. We spreken een tijd af en ik zeg de mannen gedag.

Huisje van Rock
Huisje van Rock
Terug naar mijn ‘berg’

Ik rijd terug naar het huis en kleed me om, verruil mijn jurk voor een broek, trui en bergschoenen. De zon schijnt en ik wil gaan wandelen. Vanuit huis loop ik via de olijfgaarden naar het huis van Vasilis net voorbij Asomatos. Rocco (de hond) heeft mij al in de gaten als ik via de olijfgaard kom aanlopen en begint te blaffen. Vasilis komt naar buiten, blij verrast mij te zien. ‘Xronia polla Vasilis’ het is zijn naamdag vandaag. We drinken thee op het terras en genieten van het uitzicht.

Genieten van het uitzicht met een kop thee
Genieten van het uitzicht met een kop thee
Via het dorp naar de rivier

Ik ga weer terug naar huis en loop via het dorp richting de Kourtaliotiko kloof. Op de weg naar beneden kom ik de muzikanten Jeno en Manuel tegen die ik met Kerst heb ontmoet. De mannen verschillen enorm van elkaar. Manuel is lang en dun, heeft een hele lichte huidskleur, donkere ogen, korte zwarte krullen en draagt zwarte kleding en schoenen. Jeno is steviger en korter, zijn huid heeft de kleur van hazelnoten en zijn ogen de kleur van groen olijven. Zijn haar is donkerbruin haar met lange dreadlocks in zijn nek. Hij draagt een wijde beige broek met een koordje en een groot hemd, heeft kettingen om zijn nek en loopt op blote voeten.

Op weg naar de rivier
Op weg naar de rivier

Beiden hebben hun instrumenten bij zich en zijn op weg naar Vasilis. Jeno vraagt of ik Sifi (de hond van Eujenia) mee terug wil nemen. Die is met hen meegelopen vanaf de rivier. Ik roep haar maar ze luistert niet echt. Toch lukt het me haar mee te krijgen en samen lopen we naar het huis van Eujenia. Ze is blij dat ik haar terug kom brengen. Het is koud in haar huis ‘het gas is op’ zegt ze. ‘Vraag of iemand de gasfles naar boven wil brengen, dan gaan we met de auto naar het dorp voor een nieuwe fles’ zeg ik.

Ik zoek in mijn rugzak naar mijn zaklamp. Het is inmiddels pikdonker, gelukkig ken ik de weg langs de rivier en het pad naar boven.