Van Aradena naar Loutro: vallen en opstaan

Ineens lig ik op mijn billen. Ik ga hard onderuit en glij een stuk naar beneden. Het gaat zo snel. De groep schrikt ‘Niets aan de hand, zwaartekracht probleempje’ lach ik.

Vandaag gaan we via de Aradena kloof naar Loutro. Vanuit daar nemen we de ferry naar Chora Sfakion. Het is nog fris als ik iets voor 7 uur sta te wachten op de afgesproken plaats. Giannis komt precies om 7 uur aanrijden, een man van tijd, dat vind ik fijn!

Kleine dorpjes met mooie namen

We halen de gids en de 6 vrouwen op waarmee ik vandaag een wandeling ga maken. We rijden vanuit Plakias door het prachtige landschap langs de zuidkust. De vergezichten zijn adembenemend. De zee is prachtig blauw, net als de lucht. De rotsen krijtachtig wit en grijs. Op en langs de weg liggen geitjes te slapen. We slingeren er omheen en rijden door stille dorpjes als Mirthios, Sellia, Rodakino, Skaloti, Kapsodasos, Patisianos, Agia Nektarios, Vouvas, Vraskas en Komitades om uiteindelijk aan te komen in Aradena. Een piepklein dorp dat we bereiken via een ijzeren brug met houten balken over een hele diepe kloof.

De ijzeren brug

Vroeger toen de brug er niet was (voor 1988) moesten bewoners van het dorp via de kloof naar de bewoonde wereld. Ze liepen dan via een slingerend pad naar beneden en gingen aan de andere kant van de kloof weer omhoog. Vaak via een geitenpad en het laatste stuk met een ijzeren ladder omhoog. Het leven was hard en moeilijk in die tijd en veel mensen trokken weg en huizen bleven lange tijd leeg. Sinds de brug komen er weer mensen wonen en wordt het dorp langzaam opgebouwd.

De brug van Aradena
De brug van Aradena
Ogen zo blauw als de zee

Voordat we aan de wandeling beginnen drinken we een groot glas warme bergthee met een flinke lepel honing die we krijgen van de donkere bebaarde eigenaar met ogen zo blauw als de zee. ‘Prachtig!’ zeg ik. Hij lacht  en ik smelt ….

Knuffelen in de kloof

We lopen door het dorpje met zijn typische stenen huizen en komen bij een geitenpad terecht. Als ik naar beneden kijk voel ik me piepklein, het is zo ontzettend mooi hier. Het raakt me, geluksgevoel overspoeld me, dat ik dit mag zien, ruiken en voelen. Want tijdens deze afdaling ‘knuffel’ ik met heel veel rotsen. Sommige paden zijn zo smal en stijl dat mijn enige houvast de rotsen zijn.

De geiten en schapen met de bellen om hun nek hoor ik al van ver, een vertrouwd geluid. Hier wil ik nooit meer weg. Ik ben zo aan het genieten. De endorfine schiet door mijn lijf. Het pad is smal en we moeten heel goed opletten waar we onze voeten neerzetten. Eén stap verkeerd en het kan fout aflopen. Als we over de berg zijn gaan we even rusten. De adrenaline moet uit ons lijf zegt onze gids.

Na 10 minuten gaan we verder en klauteren als berggeitjes over de rotsen steeds verder naar beneden. Het is geweldig. Soms moeten we zittend een rots afglijden om weer ietsje verder te komen.

Als geitjes volgen we onze rustige en stille gids, een man van weinig woorden. Als het te moeilijk wordt, we hebben niet zulke lange benen als hij, helpt hij ons. Vangt ons op of geeft een stevige hand of arm als we steun zoeken.

Een mooi aandenken

En dan ineens zien we de zee. We zijn aan het einde van de kloof. Vanaf het strand gaan we weer omhoog en lopen een moeilijk rotsig pad met diepe afgronden in zee. Gelukkig heb ik geen hoogtevrees. Maar dan ineens lig ik op mijn billen. Ik val hard en glij een stuk naar beneden. Geen idee wat er gebeurde, het ging zo snel. De groep schrikt en ik sta op ‘niets aan de hand, zwaartekracht probleempje’ lach ik. De gids vraagt of het goed gaat ‘ja, ik krijg een mooi aandenken aan deze dag’. Hij kijkt mee aan ‘een blauwe plek’ zeg ik.

Nikos en het kleine paradijs

Aan het einde van het pad ligt een idyllische plek met een prachtig strand, bomen en bloemen. ‘Tijd voor een verse sinaasappelsap, die is hier heerlijk’ zegt onze gids. We lopen het terras op van een kleine taverne met de naam ‘Nikos, het kleine paradijs’. Ik ga zitten onder de bomen en kijk uit over zee en drink van de zoete sinaasappelsap. Het is fijn in ‘het kleine paradijs’.

Loutro: wachten op de ferry

We zeggen Nikos en zijn familie gedag en gaan naar Loutro. Dat ligt aan de andere kant van de berg. Na een klein uurtje bereiken we Loutro. Een schattig plaatsje met witte huizen, vooral hotels en tavernes. We nemen een verfrissende duik en gaan dan uitgebreid eten. Na het eten zoek ik de gids op en vraag wanneer de ferry komt. ‘Waarschijnlijk niet door de harde wind, we blijven hier slapen’ grapt hij. ‘Ga jij het de vrouwen vertellen?’ zeg ik terug. We drinken een biertje samen en hopen op een wonder. Dan zie ik een watertaxi aanmeren en stel voor die te nemen. De gids gaat vragen of we mee kunnen en ik roep iedereen bij elkaar. We vertrekken! De watertaxi vaart hard, er staat een stevige wind en de golven zijn hoog. We worden allemaal nat in de boot.

Loutro
Op het strand van Loutro

Als we aanmeren in Chora Sfakion staat Giannis ons op te wachten. Blij vertellen we hem over onze dag. De weg terug rijden we door dezelfde prachtige dorpjes waar het in tegenstelling tot vanmorgen nu een stuk drukker is.