De kapitein van het benzinestation

Elke dag kijk ik naar de kerk op de berg (Timios Stafros) en ik weet zeker dat Timios mij geholpen heeft.

Ik kom aanrijden en zie hem al staan. De ‘kapitein van het benzinestation’, zo wordt hij genoemd hier in de streek.

Γεια σου Ευαν, τι κανιες; (Hallo Evan, hoe gaat het met je?)
Καλα εσυ; (Gaat het goed?)
Καλα ειμαι. Εσυ; (Het gaat goed met mij. En met jou?)
Καλα. (Goed)
Hij wijst naar de auto en vraagt: Ποσο; (Hoeveel?)
Ik antwoord: δεκκα ευρω παρακαλο. (10 euro alsjeblieft).

Wanneer ik de 10 euro aan hem wil geven zegt hij: No Penelopi, i want a kiss. Sorry, no kiss I pay. Οχι, κουκλα μου. (nee, mijn pop). Ik stop het geld weg en loop achter hem aan. Voor de winkel staat een tafel met stoelen, we gaan  zitten en kijken over de uit vallei.

Uitzicht op Timios Stafros vanuit uit benzinestation
Uitzicht op Timios Stafros vanuit uit benzinestation
Het verhaal van de kapitein

Vorig jaar september ontmoette ik hem voor het eerst. Een nieuw gezicht hier in de streek, blond en felblauwe ogen. Het eerste wat hij tegen me zei was: Γιεα σου κουκλα, που μενεις; Ik kijk er niet meer van op dat iedereen vraagt waar ik verblijf.

Ik kijk hem aan en zeg: Μενω το Πρεβελι, κατο το σπιτι ροζε. (Ik woon in Preveli, daar beneden wijs ik met mijn vinger in het roze huis) Εσυ; (En jij?) Ik woon in Κοξαρε. Allang? Nee, net een paar weken. Ik heb jaren als kapitein op een groot schip gewerkt en ben de hele wereld over geweest. Ik was vaak maanden van huis en verdiende heel veel geld. Tot alles anders liep en ik niet alleen mijn baan maar ook mijn gezin kwijtraakte. Na de scheiding besloot ik in het zuiden te gaan wonen. In Κοξαρε aan de andere kant van de Kourtaliotiko vond ik een huis. Nu nog werk, maar ook dat kwam snel op mijn pad. En weet je, dat allemaal met de hulp van Timios Stafros. Σοβαρα; (Serieus?) vraag ik.

Uitzicht vanaf Timios Stafros richting Plakias, Mirthios en Mariou
Uitzicht vanaf Timios Stafros richting Plakias, Mirthios en Mariou
De kracht van Timios Stafros

Hij wijst naar de berg waar bovenop de top een wit puntje te zien is. Daar is het kerkje Timios Stafros. Ken je het? vraagt hij. Jazeker, ik ben er geweest. Het is een bijzondere plek. Dat is het zeker, zegt hij. Ik ben er op een dag naartoe gegaan. Met mijn motor ben ik zover mogelijk naar boven gereden en het laatste stuk heb ik gelopen.

Eenmaal boven heb ik Timios gevraagd of hij mij wil helpen een baan te vinden. Ik ben er de hele avond en nacht gebleven en heb gebeden. De volgende morgen na zonsopgang, wat prachtig is, ben ik teruggegaan. Op weg naar huis ben ik hier bij het benzinestation gestopt voor een espresso fredo. Ik hoorde de eigenaar boos praten aan de telefoon. Blijkbaar had de medewerker besloten niet meer terug te komen.

Timios Stafros, links zie je Asomatos.
Timios Stafros, links zie je Asomatos.
Een teken of toeval

De eigenaar hing op en kwam aan de tafel zitten. Ik vroeg: zoek je iemand voor hier? Ja, ik had iemand maar hij heeft besloten niet meer te komen. Teveel reizen zegt hij boos. Ik wil hier wel werken en kan vandaag beginnen of morgen. Morgen is goed. En de volgende dag ben ik begonnen.Nu heb ik elke dag dit prachtige uitzicht en hij zwaait met zijn armen om het te benadrukken. Elke dag kijk ik naar de kerk op de berg (Timios Stafros) en ik weet zeker dat Timios mij geholpen heeft.