Water voor de olijfbomen

De olijfbomen hebben water nodig want het heeft al zeker 2 maanden niet of nauwelijks geregend. De grond is kurkdroog en als de bomen geen water krijgen dan blijven de olijven te klein voor een goede olijfolie.
Vroeg op pad

Papoes poseertOm 8 uur heb ik afgesproken bij de familie in het dorp Asomatos. Als ik kom aanrijden staan de mannen al te wachten. Ik stap snel achterin de pick-up. Via een zeer hobbelige weg, ik stuiter op en neer op de achterbank, komen we aan bij de olijfgaard. Ik zou het zelf nooit gevonden hebben, zo’n doolhof van weggetjes om er te komen. Linksaf, rechtdoor, rechtsaf en weer linksaf. Ik ben helemaal kwijt waar we nu zijn en kijk om mij heen als ik uitstap. Probeer via de bergen te ontdekken waar ik mij ongeveer bevind.

Op een veldje naast de olijfgaard is papoes (83 jaar) druk bezig de aarde van onkruid te ontdoen met een skalida. Hij hakt erop los als een jonge vent. ‘Ελλα κοριτσι μου, τι κανιες; Καλα παπους’ (Mijn kleine meid, hoe gaat het? Goed opa). De mannen lopen de olijfgaard in en ik pak mijn camera uit mijn rugzak. Papoes ziet dit en roept ‘maak ook een foto van papoes’ en trots poseert hij voor de camera.

Stil en mooi

Het is mooi en stil in de olijfgaard, de wind ruist door de bomen die in rijen op een bepaalde afstand van elkaar staan. Ik hoor de mannen roepen naar elkaar en versta flarden van het gesprek. Als de waterpijp is aangesloten hoor ik Vagelis roepen ‘hopa’ waarop Kostas de slang nog eens goed aantrekt aan het andere eind. Zo gaat het rijen door. De een rolt de slang ‘plastico’ (zoals ze het hier noemen) uit en de ander trekt de slang langs de olijfbomen naar het andere eind. Er staan hier zo’n 320 bomen, ze zijn dus wel even bezig. Ik maak foto’s van de mannen, de olijfbomen en bloemen in de olijfgaard.

Vagelis sluit de waterslang aan
Vagelis sluit de waterslang aan
Kostas trekt de slang naar het andere eind
Kostas trekt de slang naar het andere eind
Het water aansluiten

Als alle slangen zijn gelegd en aangesloten moet het water erop. Dat gaat via grote metalen buizen. Papoes geeft op afstand instructies en ik heb de indruk dat de mannen deze negeren en hun eigen gang gaan. Dus start ik een gesprek met papoes om hem wat af te leiden en vraag wat hij hier wil gaan verbouwen. ‘Πατατες’ (aardappelen) en kijkt me aan alsof ik een hele domme vraag stel.

De waterpijp is aangesloten maar lekt, er zit een gat in van ongeveer 1 cm doorsnee. Dat moet eerst gedicht worden, de kraan gaat weer dicht en druk pratend lopen de mannen op en neer op zoek naar iets om het gat te dichten. Als er een tak in het gat gestoken is gaat nogmaals de kraan aan. ‘Bravo, het werkt! We kunnen naar huis.’