De lifter uit Plakias

Het is tijd, ik pak mijn rugzak en koffer en sluit de kamer af. Beneden kijk ik nog een keer over het dal van Preveli en geef Kitty (mijn kat) een dikke knuffel. Over een paar weken ben ik weer terug zeg ik tegen haar.

Ik start de auto en rijd langzaam de berg op naar het begin van de Kourtaliotiko kloof. Het is prachtig zo vroeg in de ochtend en heel stil. Nog geen toerist te bekennen. Geitjes balanceren op de rotsen en hoog in de lucht spot ik een roofvogel.

Kourtaliotiko kloof
Kourtaliotiko kloof

Voorbij de kloof rijd ik naar Koxare. Een klein dorp met allemaal witte huizen. Ook hier is het nog stil. Op een erf zie ik een yiayia in het zwart gehuld dode bloemetjes uit geraniums trekken. Een hond blaft als ik voorbij rijd en ik zie een man in een blauwe overal stenen sjouwen. Hij is een huis aan het verbouwen.

Op de kruising naar Spili (rechts) en Rethhymnon (links) staat een auto stil. Er stapt een oude nogal forse man uit met een kruk in zijn rechterhand. Ik kijk naar hem, hij heeft grijs haar en een pet op. Zijn overhemd hangt half uit zijn broek. Over zijn hemd heeft hij een vest en daarover een jas en hij heeft sandalen aan met sokken. ‘Pfff warm’ denk ik. Maar veel oude mensen hebben hier veel kleren aan valt me op. Ik wacht rustig (nogal gevaarlijk kruispunt) en zie dat dat de man naar mijn auto loopt. Ik doe het raampje aan de passagierskant naar beneden.

Καλημερα κοριτσι, που θα πας; (goedemorgen, waar ga je naar toe)
Στο αεροδρομειο (naar het vliegveld).
Kan ik meerijden tot de afslag van Rethymnon?
Jazeker, kom stap in en ik open de deur.
Als hij naast me zit slaat de auto voor mij rechtsaf, ik ga naar links.

De man kijkt me aan en vraagt: Waarom ga je naar het vliegveld? Ik ga naar Holland voor een paar weken zeg ik in het Grieks. Ahhh Ολλανδια, daar heb ik een paar jaar gewoond zegt hij in gebrekkig Nederlands. Ik kijk hem verrast aan. Serieus? Jazeker, zegt hij. En dan gaat hij in een mengeling van Grieks en Nederlands verder. Ik ben getrouwd geweest met een Hollandse vrouw. We woonden in Rotterdam, zij werkte in het Casino en ik in de haven. Nu woon ik alweer een paar jaar in Plakias. We zijn gescheiden, het ging niet meer. En wat gaat u nu doen zo vroeg in Rethymnon? Ik ga naar het ziekenhuis voor mijn been, controle.

We luisteren naar Griekse muziek en ineens herinner ik mij een verhaal van een vriend en ik vraag hem: heeft u vorige week een lift gekregen van iemand met een motor? Ja, heb je mij gezien? Nee, een vriend vertelde dat hij een man met een kruk had meegenomen achterop de motor van Plakias naar Asomatos. Dat was u dus. Wat toevallig dat wij elkaar dan nu ontmoeten.

Hij lacht en kijkt tevreden voor zich uit. Bij de afslag naar Heraklion nemen we afscheid. Bedankt en tot een volgende keer zegt hij. Zeker, we zien elkaar vast wel weer. Ik ben over een paar weken weer terug.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *