De buurman is lekker bezig

Die zin plaats ik op Facebook bij een foto. Niets bijzonders, een foto van een rookpluim die uit de bosjes omhoog stijgt.

Sinds vanmorgen sneeuwt het, maar ineens breekt de zon door. Ik sta voor het raam en kijk naar buiten en zie vanaf beneden bij de rivier een rookpluim omhoog komen. ‘Hij is vast zijn haard aan het opstoken met vochtig hout’ denk ik en draai me om.

Een auto scheurt over de weg

Ik besluit mijn wandelschoenen aan te doen en naar buiten te gaan voor een βολτα (wandeling) door de olijfgaard. Net als ik de weg van de olijfgaard inloop zie ik een kleine zilverkleurige auto met grote snelheid mijn kant uitrijden.

Het is Billy. ‘Het huis van Nick staat in brand’. ‘Oww dat is de rookpluim’ zeg ik en stap in. Ik ga mee naar beneden. Hij scheurt over de weg maar het laatste deel naar de rivier moeten we lopen. Dat gaat niet met de auto, daarvoor is de weg te slecht.

Een flinke brand

Half rennend gaan we naar beneden. Ik glijd uit en val voorover op het modderige pad. ‘Niks aan de hand’ zeg ik tegen Billy die geschrokken omkijkt en ‘ohhhhh’ roept. Ik krabbel overeind en loop weer achter hem aan door het struikgewas. En dan zien we het vuur. Van het huisje is niets meer over. Nick zit een klein stukje vanaf het vuur op de grond. Een oude mand van ver in de tachtig. Blote voeten, lange witte baard en lichtblauwe ogen.

‘Wie zijn daar’ roept hij. ‘Billy en Penelopi, we komen je helpen’. Billy probeert zoveel mogelijk hout te redden zodat het nog gebruikt kan worden voor de openhaard. Het stinkt door het smeulende plastic en overal ligt smeulend hout en plastic. Het ‘huisje’ was een tent met palen en ramen van glas. Hier noemen ze het ook wel een kaliva.

Billy haalt water en kruipt door de bosjes naar de rivier ietsjes verderop. Ik praat met Nick en vraag wat er is gebeurd. ‘De openhaard was aan en iets was niet goed in de schoorsteen want ineens was er vuur’. Hij kijkt voor zich uit ‘al mijn boeken en mijn schilderijtjes, alles weg’. ‘Hoe ben je naar buiten gekomen Nick?’ vraag ik. ‘Ik ben naar buiten gekropen en kon niets redden. Ik was net met een schilderij bezig’. ‘Wat een geluk dat je wakker was Nick’ zeg ik. We moeten er toch niet aan denken dat het anders had kunnen aflopen’. Ik stel me voor hoe de kaliva eruitzag voor de brand, vol met boeken, snuisterijen en kleurige schilderijtjes. Een plek om te slapen, een openhaard en net genoeg ruimte om te zitten.

Er komen meer bewoners van de rivier om te helpen. Het vuur wordt langzaam geblust en er wordt een start gemaakt met afval scheiden. Hout, plastic en glas apart. Het pad wordt vrijgemaakt want Nick moet naar een ander huis. Hier kan hij niet blijven. De mannen halen een stoel uit het huis van een vriendin die even verderop aan de rivier woont zodat Nick makkelijk vervoerd kan worden.

Vier mannen dragen hem over het pad naar het huis van de buurvrouw. Voorlopig heeft hij een dak boven zijn hoofd. Later zien we wel verder.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *