Op bezoek bij yiayia

Als ik naar mijn auto loop beneden aan de weg zie ik haar. Yiayia, een klein vrouwtje met een bos witte krullen in een zwarte jurk met korte mouwen. Ze staat met een tuinslang in haar hand de planten water te geven.

Ik zet mijn strandtas in de auto en loop naar haar toe. Γεια σας γιαγια, τι κανετε? Roep ik. Ze draait zich om en kijkt verrast. Penelopi, wat fijn je te zien. Het gaat goed met mij en met jou vraagt ze. Goed yiayia.

Ze zet de kraan uit en legt de waterslang weg. Dan wijst ze naar het hek en zegt dat ik binnen moet komen. Ik open het gietijzeren hek en loop de kleine koele patio op. Links is een grote deur, ze opent de hordeur en gebaart dat ik naar binnen kan. Ik wil mijn slippers uitdoen maar dat vindt ze onzin. Houd maar aan Penelopi en kom binnen.

Bloemen in Mariou

Koel in huis

Binnen is het koel vergeleken met buiten waar het nu om 10 uur al meer dan 30 graden is. Het hele huis is rondom de patio gebouwd en bestaat uit 2 of 3 delen. Rechts een nieuw deel en links het oude deel waar yiayia woont. Een oud huis met dikke muren van een meter breed, een raam dat met uitzicht over de heuvels naar zee en een deur vanaf de patio.

Overal foto’s

Ik kijk om me heen. De kamer is verdeeld in twee delen en gescheiden met een grote buffetkast. Links van de buffetkast staat een kleine tafel met drie houten stoelen. Op de tafel staat een schaal met snoepjes verpakt in kleurige papiertjes. Er ligt een plastic kleed op de tafel met een blokkenpatroon en bloemen. Aan de muur hangen heel veel lijstjes met foto’s. Veel gezichten ken ik en heb ik ontmoet.

Een foto trekt mijn aandacht. Het is een trouwfoto in bruin tinten. Ik vraag aan yiayia of zij die mooie dame is. Ze glimlacht verlegen. Ze is nog mooi en op de foto een jonge prachtige vrouw met zwart lang haar in een witte jurk. Een statige foto. Zij zit op een stoel en haar man staat naast haar, rechtop trots in de camera kijkend met een hand op haar schouder.

Aan de andere kant van de tafel is een keukenblok voor het raam met daarop een gasstel. Tegen de muur (tegenover de tafel) is een keukenblok met erboven kastjes en daarnaast een fornuis met oven. Direct naast staat een enorm grote koel/vrieskast.

Achter de buffetkast staan twee eenpersoonsbedden met in het midden een kastje. Ook hier overal foto’s. Op de buffetkast staat een grote tv (Yiayia kijkt graag naar kookprogramma’s) en nog meer foto’s.

Ik ga zitten en ze vraagt of ik een καφεδακι ελλινικο wil. Dat is Griekse koffie, ik ben er dol op. Ze maakt het klaar op een klein gaspitje. Iedereen hier heeft wel een gasflesje in de keuken staan om de Griekse koffie te maken.

Een heel oud huis

Ondertussen kijk ik naar boven, zowel links als rechts van de buffetkast hangen aan het plafond twee enorme tl-balken. Het plafond is van hele oude balken met daartussen wilgentakken. Ik vraag yiayia hoe oud het huis is maar mijn Grieks reikt nog niet zover dat ik goed thuis ben in getallen. Ik begrijp ook aan de gebaren dat het heel oud is.

Ze zet de koffiebeker op tafel en een groot glas met koud water. Uit de buffetkast pakt ze een zak met sesamkoekjes en schud die op een bordje. Eet, eet zegt ze. Ik neem kleine slokjes van de gloeiend hete koffie en knabbel aan een koekje. Lekker yiayia, zeg ik en lach naar haar.

Ik vraag hoe het nu gaat en wijs op haar knieën. Niet zo heel goed Penelopi. Mijn knieën doen pijn en ik kan moeilijk lopen. Ik ben vanmorgen naar de kerk gegaan en heb Ο Θεος gevraagd om verbetering. Ik vertel haar dat ik de papas hoorde zingen en de gebeden opzeggen, ik woon niet ver van de kerk.

Ze vraagt naar het huis waar ik nu woon. Het is heel oud Penelopi en was van mijn moeder. Van buiten zie je dat het een oud huis is, binnen niet meer en dat leg ik haar uit. Het is aangepast aan de moderne tijd. Geen houten balken of stenen vloer maar tegels en een glad wit plafond met moderne badkamer.

De bakker

Er stopt een busje voor haar huis en er wordt iets omgeroepen. Niet heel verstaanbaar, ik kijk haar vragend aan. De bakker zegt ze, kom we gaan even kijken. Ik herken het busje en roep naar de bakker, wat fijn dat je ook hier komt in Mariou. Ik woon nu hier. Hij lacht, ja ik kom niet alleen in Asomatos Penelopi en knipoogt. Ik koop een groot bruin, knapperig vers brood. Zeg yiayia gedag en loop naar huis. Leg het brood op het aanrecht en ga naar mijn auto. Bella ophalen (hondje van een vriend) en dan naar het strand van Amoudi.