Een vrolijk: Γεια σου κουκλα

Het dorp waar ik woon is hoog gelegen op een berg. Niet echt ‘op’ een berg maar tegen de bergwand aan.

Witte huisjes strijden met elkaar om het beste uitzicht op zee. Het is een lang gerekt dorp en begint aan de ene kant (als je vanuit Asomatos komt) met een klein en heel oud kerkje.

Je kunt een ‘rondje’ rijden in het dorp. Als je tenminste de weg weet om dat rondje te kunnen maken. De weg die het meest gebruikt wordt is de weg onderaan het dorp, de hoofdweg. De weg van Asomatos naar Mirthios (of andersom). De weg langs mijn huis, naar de kerk en dan via kleine straatjes naar het plein wordt vooral door de bewoners gebruikt en de verkopers die hier in busjes alles tot aan de voordeur brengen.

De hoofdweg

De hoofdweg gebruik ik ook om naar mijn huis te komen. De weg leidt door een nauwe straat die uitkomt op een groot plein dat vaak rondom vol staat met auto’s. Hier runt een oude dame een mini-markt (μπακαλι – kruidenier) en is er een kafenion.

De weg slingert verder vanaf het plein. Net na het plein kijkt een Mechelse herder nieuwsgierig naar elke voorbijganger vanaf zijn hoge uitkijkpost. Vanaf die plek kan hij het plein en de weg in de gaten houden.

Het kafenion

Kafenion in Mariou

Een stukje verderop is nog een kafenion met een terras aan de andere kant van de weg. Hier zitten mannen elke avond gebroederlijk naast elkaar onder een moerbeiboom op een stenen muurtje, plastic en houten stoelen. Het terras van het kafenion is nog geen twee vierkante. De uitbater loopt op en neer met drankjes. De mannen op het terras groeten elke voorbijganger en maken regelmatig een praatje.

Ook ik groet de mannen als ik langzaam voorbij rijd. Raam open en vrolijk roep ik Γεια σας, καλο βραδυ (hallo, fijne avond) en zwaai naar hen. De mannen kijken op en roepen Γεια σου κουκλα (hallo pop) en zwaaien lachend terug. Nog geen 300 meter verder parkeer ik mijn auto in de berm langs de weg. Ik ben bijna thuis en loop het pad omhoog naar de blauwe deur.