Babis van Kastellos

Een klein bergdorpje verscholen in het groen met prachtige vergezichten. Ik ben op weg naar huis en net na de Armeense begraafplaats zie ik het bord ‘Kastellos’ en sla af.

Een vriend vroeg mij of ik er al eens geweest was. ‘Die kleine dorpjes in de bergen zijn echt de moeite waard om te bezoeken. Ga kijken, rijd zo’n dorpje in Penelopi. Ik weet zeker dat je het leuk vindt. Je houdt van traditionele dorpjes’.

De weg naar Kastellos slingert langs groene velden met fruitbomen, kippen en geiten. Fascinerend hoe het landschap zo anders kan zijn dan een paar kilometer verderop. Eenmaal in het dorp parkeer ik mijn auto op het plein en stap uit. Het is stil, in de verte hoor ik iemand praten en zie een man die bezig is in zijn moestuin. Hij stopt met wat hij aan het doen is en kijkt nieuwsgierig naar wat ik ga doen. Ik steek mijn hand op en roep Γεισας.

Wandelen naar de top

Ik besluit het pad te nemen naar het kerkje, dat hoog boven het dorp uittorent. De tijd lijkt hier te hebben stilgestaan. Eenmaal boven bij het kerkje heb ik een prachtig uitzicht over de omliggende dorpen en zie ik in de verte de weg die loopt van Rethymno naar Armeni.

Langzaam loop ik terug naar het plein, genietend van de stilte en de mooie omgeving. Dan hoor ik in het Grieks iemand roepen: Hallo, hoe gaat het? Kan ik je helpen? Zoek je iets? Ik kijk in de richting van de stem en antwoord dat het goed gaat. Kom, roept hij. Ik loop naar hem toe en hij komt met een wandelstok onder zijn rechterarm en een kop koffie in zijn linkerhand naar mij toe gelopen.

Babis is een prater

Bij het muurtje, de afscheiding van het huis en de tuin zet hij zijn koffie neer en kijkt me met een grote glimlach aan. Ik heet Babis en jij? Penelopi antwoord ik. En dan komen de vragen. Waar ik woon, ben ik getrouwd, heb ik kinderen, wat voor werk doe ik en nog veel meer. Ik vind het leuk die nieuwsgierigheid.
Hij roept naar zijn zoon en vrienden dat hij met iemand uit Holland praat en niet mee gaat naar de olijfgaard. Je hebt toch wel tijd vraagt hij en kijkt me aan met zijn blauwe ogen. Natuurlijk heb ik dat.

Babis is een prater en vind het leuk dat ik Grieks begrijp en het redelijk spreek want zijn Engels is niet meer dan 10 woorden. Hij vertelt vrolijk over de bewoners van het dorp en over zijn jeugd. Babis is hier geboren en getogen en kent iedereen. Er wonen ook buitenlanders in het dorp zegt hij. Een Duits en een Engels stel en ook Finnen. Maar nog niet iemand uit Holland, wil ik hier niet wonen vraagt hij lachend. Nee, ik wil de zee zien Babis.

Dan gaat het gesprek over voetbal, Cruijff, Van Basten, Ronaldo en het Arena stadion. Daar zou het graag nog een keer naartoe willen. Babis is werkelijk een waterval aan woorden en volgens mij erg blij met een luisterend oor. Zijn vrolijkheid en lach is aanstekelijk.

Kom nog eens terug

Na meer dan een uur gekletst te hebben besluit ik te gaan. Ik wil nog naar de bakker in Armeni leg ik hem uit. Dat is de beste bakker van de buurt zegt hij. Kom je nog eens langs Penelopi? Ik woon hier en hij wijst naar boven. Vraag maar naar Babis als je komt dan drinken we een koffie samen. Ik geef hem een hand en zeg dat ik zeker een keer terugkom voor een kop koffie. Ik word hartelijk uitgezwaaid alsof we al jaren vrienden zijn.

Spontane ontmoetingen zoals deze vind ik het leukst. In de dorpen zijn mensen nieuwsgierig, hebben de tijd en zitten vaak verlegen om een praatje. Dan hebben ze de volgende dag ook weer iets nieuws te vertellen aan de keukentafel of in het kafenion.

Vergezicht vanuit Kastellos