Storm en heel veel regen

Buiten stormt het, de wind raast om het huis. Regen tikt tegen de ramen. Ik heb het koud en kruip nog dieper onder de dekens.

Mijn trek in koffie wint het van de kou. Ik zet de airco op 25 graden en maak koffie. Sam (de kat van de buurman) zit te miauwen aan de voordeur. Ik pak een plakje kaas en open de deur ‘owww Sam, het hagelt’. Het maakt de kat niet uit, die kijkt verlangend naar het plakje kaas in mijn hand.

Drie lagen kleding moeten we warm houden en ik trek mijn kaplaarzen aan. Het water loopt als een rivier over de weg langs het huis. Ik probeer de grote plassen op de weg te ontwijken en slalom naar beneden.

Eenmaal in de supermarkt in Plakias ga ik op zoek naar de grootste maat dekbed die ze hebben. Met de boodschappen leg ik alles in de achterbak en rijd naar Asomatos. De weg is wit van de hagel en ik glibber, langzaam rijdend naar Asomatos. Daar parkeer ik de auto voor de keramiekwinkel. Bella komt op me afgestormd, Stavros en Tassos zitten geconcentreerd naar het computerscherm te kijken. Ik krijg een afwezig hallo. Ik ga even met Bella wandelen, roep ik. Geen reactie. Doorweekt en koud komen we terug.

Eten bij mama

‘Kom, je gaat met ons mee eten bij mijn ouders’ zegt Stavros. Die wonen aan de overkant van de winkel. Binnen is het lekker warm, de tafel in de keuken wordt verschoven en er worden stoelen bijgezet. Het eten is heerlijk en de middag vliegt om.

De mannen besluiten weer aan het werk te gaan en ik maak nog een korte wandeling met Bella voordat ik in de auto stap naar huis. Wat zal ik lekker slapen vanavond, heerlijk warm onder mijn extra dekbed.